Pucker, lamellair maculagat, vitreo-maculair tractiesyndroom (vmt syndroom) en een voorstadium van een maculagat zijn ziektebeelden die in elkaar kunnen overlopen.

  • Natuurlijk beloop:
  1. Pucker: Bij een pucker is er littekenweefsel ontstaan na een achterste glasvochtloslating en is de retina verdikt. Een variant is het pseudomaculagat met een fovea van normale dikte omgeven door een verdikte perifovea met perifoveale fibrose. Is een pucker eenmaal ontstaan dan blijft de visus in de meeste gevallen stabiel. Milde premaculaire fibrose komt veel voor (>20% van de ouderen) en heeft meestal weinig invloed op de visus.
  2. Lamellair maculagat: De fovea centralis is verdund en de perifovea is ondermijnd. De perifovea heeft een normale dikte. De visus zal in de loop van de tijd weinig veranderen.
  3. Vitreo-maculair tractiesyndroom (VMT syndroom): De glasvochtloslating is incompleet. Hoe kleiner het adhesieoppervlak hoe meer kans op een volledige glasvochtloslating en spontaan herstel. Bij een fovea met subretinaal vocht en een klein adhesieoppervlak (=stadium I maculagat) is de kans op het ontstaan van een maculagat groot.
  • Verwijzing bij een van de volgende operatieindicaties:
    – hinderlijke metamorfopsie
    – een progressieve visusdaling
    Bij twijfel is een expectatieve periode van enkele maanden aan te bevelen om de eventuele progressie vast te stellen. Er bestaat zelden een operatieindicatie om puur medische redenen omdat het operatieresultaat niet afhangt van de bestaansduur.
  • Behandeling: Vitrectomie. Bij vitreo-maculaire tractie kan een injectie van gas bij 80 % van de patiënten de verkleving opheffen. Het indicatiegebied is beperkt tot vitreo-maculaire tractie met een klein adhesieoppervlak (<1500um) zonder preretinale membraan. Hoe jonger de patiënt is en hoe korter de adhesie bestaat hoe meer kans op succes van de injectie. Er is ook wat vaker succes bij fake dan bij pseudofake ogen.
  • Resultaten: Afname van de metamorfopsie en verbetering van de samenwerking tussen de ogen. De visus verdubbelt gemiddeld ten opzichte van de preoperatieve visus als deze visus 0,4 of minder was. Bij een hogere preoperatieve visus zal de winst uiteraard minder zijn. De spreiding van het visusherstel is groot; een enkele keer daalt de visus om onduidelijke redenen. In de loop van maanden tot jaren zal de visus in de regel verder toenemen. Bij een pseudomaculagat neemt de metamorfopsie af maar verbetert de visus meestal niet.
  • Complicaties: Ablatio retinae < 0,3 %.

 

m-vmt

m-pck

m-mgl

m-pck-2